ALTVIOOL (vanaf groep 4)
Een schitterende tweede stem
De altviool is de grote broer van de viool. Rond 1500 verschenen de eerste altviolen. De ontwikkeling van de altviool als een grote viool was logisch, omdat in veel kamermuziekcomposities een lagere stem onder de vioolpartij voorkwam en hiervoor een lager klinkend instrument nodig was. Juist doordat de viool kleiner is en door haar hogere klank geschikter is voor het meer virtuoze spel, is er voor de viool meer solo-muziek gecomponeerd dan voor de altviool. De altviool is met haar warme en volle klank een belangrijk instrument in het orkest en in kamermuziekensembles zoals bijvoorbeeld in het Strijkkwartet.
De altviool heeft vier snaren en wordt aangestreken door een strijkstok. De snaren zijn lager gestemd dan die van de viool. De klankkast is, net als de viool, aan beide zijden getailleerd. Dit maakt het gemakkelijker om de buitenste snaren te strijken. De altviool is lid van de snaarinstrumenten en vormt, samen met de viool, de cello en de contrabas de strijkersfamilie.
Meestal klassiek
De altviool wordt met name gebruikt in de klassieke muziek.
Leeftijd
Een altviool is groter dan een viool. Daarom beginnen de meeste kinderen pas met een altviool als ze al een viool kunnen bespelen. Uiteraard kunnen volwassenen wel meteen met de altviool beginnen.